H. Ignatius van Antiochië, bisschop en martelaar.
H. Ignatius van Antiochië was de opvolger van de apostel Petrus.
Lang geleden, toen het Romeinse Rijk over veel landen heerste, was Ignatius bisschop van Antiochië. Een bisschop is een herder die de gelovigen voorgaat en voor hen zorgt. Ignatius nam die taak ernstig: hij bad, vastte en onderrichtte de mensen, vooral om hen te helpen trouw te blijven aan Jezus.
Op een dag werd Ignatius gevangengenomen. De Romeinse keizer Trajanus wilde dat de mensen de Romeinse goden vereerden. Ignatius weigerde, want hij geloofde in de ene God en in Jezus Christus, Gods Zoon. Toen de keizer hem vroeg wie hij was, antwoordde Ignatius dat hij iemand was die Christus in zijn hart droeg. Daarom werd hij veroordeeld om naar Rome te worden gebracht.
De reis was lang en zwaar. Onderweg ontmoette Ignatius christenen die verdrietig waren omdat hij naar zijn dood werd gevoerd. Maar hij moedigde hen aan om elkaar lief te hebben en voor de Kerk te bidden. Hij schreef ook brieven aan christelijke gemeenschappen. Daarin hielp hij hen geloven en samen één Kerk te blijven. Hij leerde dat christenen zich met hun bisschop en met elkaar verbonden moesten houden.
In Rome bad Ignatius voor de kerken en voor de gelovigen. Daarna werd hij ter dood gebracht omdat hij Jezus niet wilde verloochenen. De christenen herinnerden zich zijn moed en bewaarden zijn nagedachtenis met grote eerbied.
Ignatius leert ons dat geloven niet alleen betekent dat je over Jezus praat. Het betekent ook dat je Hem trouw probeert te volgen, zelfs wanneer dat moeilijk is. Wij worden misschien niet vervolgd zoals Ignatius, maar we kunnen wel moed tonen: eerlijk zijn, iemand verdedigen die wordt buitengesloten, vergeven en samen bidden.
*Denkvraag:* Hoe kun jij vandaag laten zien dat Jezus belangrijk voor je is?

































